Een goed gesprek met – mezelf

Eerder heb ik al een foto laten zien van een mooie driewielfiets, een Hase Kettwiesel. Díe wil ik graag hebben.

Dan kan ik bewegen en hoef ik niet stil te zitten, zoals op de scootmobiel. Maar een fiets die bij me past  is duur. En ik ben afhankelijk van anderen. Ik bedenk al of ik mezelf kan bezighouden en verkopen als anderen.

Ik zag pas een youtube-filmpje van een mevrouw met secundair-progressieve ms, net als ik. Zij zei: Ik ben niet MS, maar ik heb MS. Dat beperkt mijn bewegingen, maar ik ben wel gelukkig.” Dat zette me weer aan het denken. Tijd voor een goed gesprek met mezelf. En weet wel: ik ben gelukkig.

Een goed gesprek met – jezelf en medemensen

Eengoedgesprek

Binnenkort is het weer de dag van de Dialoog (9 november)

Want een goed gesprek lijkt te moeten worden georganiseerd. Ik moet zeggen dat ik een rondetafelgesprek met mensen die je nu niet zo vaak spreekt, absoluut de moeite waard vind. In mijn woonplaats Meerssen wordt het ook georganiseerd. Vanuit de gedachte: niet spreken over elkaar maar met elkaar.

Dat maakt een gesprek goed. Aandacht voor de ander, dialoog met de ander, vragen aan de ander. Ik was een keer bij de Dag van de Dialoog in gesprek met een ernstig spastische mevrouw. Ze leerde me veel over zichzelf én over mij. Dat zij juist in haar contact met anderen tegen veel ongemakken aanloopt. Dat ik meestal mensen voorbij loop in mijn  ‘drukte’ en aandacht voor mezelf.

Het heeft me ook veel geleerd voordat ik zelf afhankelijk werd van  de scoot-mobiel, rolstoel en rollator. Inmiddels heb ik vergelijkbare ongemakken als de mevrouw die ik boven noemde. En dan spreek ík nog wel duidelijk. Maar de ‘gewone mens’ heeft blijkbaar niet meteen het idee om in zo’n geval met een ‘medemens’ te maken te hebben.

Spreek jij weleens met mensen drie woningen verder? [Lees meer…]

Een reisje met aandacht en ‘een goed gesprek’

Ik bedoel dus: over hoe het niet moet, maar daarop kom ik zo wel terug.

Ik heb een scoot-mobielscootmobiel

Dat is dan weer het voordeel van het nadeel  (voor wie dat niet weet: ik heb MS). Toen ik voor het eerst in het ziekenhuis werd geconfronteerd met de scoot-mobiel, was ik ‘not amused’. In mijn dorp bewegen alleen maar bejaarden zich voort op scoot-mobiel (althans, zo zag ík dat). Nu heb ik één. En ik ben heel blij dat mijn actie-radius met dat vervoermiddel zo is uitgebreid. Ik kan veel verder, zelfstandig, ergens komen, waar ik in het laatste half jaar altijd hulp (een chauffeur) nodig had. Ik kom waar ik wil zijn. Omdat een scoot-mobiel niet zo hard gaat, beleef ik veel met aandacht. Ik kijk mijn ogen uit. Hoe makkelijk kun je ergens blij mee zijn. Zo ga ik met de scoot-mobiel een paar keer per week van M naar U. Dat is een prachtige route. Al rijdend heb ik oog voor de omgeving, voor mijn eigen zithouding, voor de geluiden, van mezelf en van daarbuiten. Door te scooten gaat het niet snel-snel-snel en is de mogelijkheid om aandacht te geven aan de reis heel groot.

aandacht

En toen ik er bijna was

Wat blijft staan, is dat een mens goed moet opletten in het verkeer. Dat deed ik. Dus ik zag een man en een vrouw voor me die druk kaarten aan het bestuderen waren. De mevrouw blokkeerde het fietspad waarop ik zat. Ze keek vragend mijn kant uit. Ik manoeuvreerde zodat ik plek voor haar kon maken. Ik dacht: ‘die wil de weg vragen’. Dat deed ze. Maar ze keek wel over me heen naar een fietser achter me, die ik nog niet had zien of horen naderen. ‘Weet u de weg naar Maastricht?’, riep ze tegen haar. Ik was verbaasd. Ik dacht dat ze mij de weg wilde vragen. Maar als je in een scoot-mobiel zit, ben je blijkbaar niet in staat tot een goed gesprek. Het deed me pijn. Wat ik miste, was de voorwaarde voor een gesprek: belangstelling. Ik vroeg me af wat er op zo’n moment in de hersenpan van zo iemand gebeurt. Denkt zo iemand iets? Het antwoord kan ik niet geven. Op het moment dat ze haar vraag stelde aan de persoon achter me (ik reed haar bijna om) kon ik alleen verbaasd reageren: “Ik dacht dat u mij wat wilde vragen,” en ik reed meteen door.

Dus, na dit blog, neem ik het maar mindful op: ‘er is wat er is. Ik leef met deze ervaring gewoon door.