Een goed gesprek met – medisch personeel

Hoe ging jouw laatste gesprek met een arts?

Bevredigend, hoop ik? Ik ben tegenwoordig, als MS-patient, bijna kind aan huis bij artsen. Ook bij verpleegkundig personeel, overigens.

Ik ben gisteren weer ondergedompeld in het medische circuit

Bij het academisch MS-centrum van Orbis, in Sittard was ik gisteren. Ik had er gesprekken met de neuroloog, een MS-verpleegkundige en de maatschappelijk werker van revalidatie. Prima gesprekken gehad. Maar ik heb ook weleens minder goede gesprekken met medisch personeel gehad, net als jij waarschijnlijk. Dan was ik gefrustreerd.

Hoe komt dat?

Medisch personeel is vaak inhoudelijk prima ingewijd en op de hoogte van veel zaken. Zij weten wat er met je aan de hand is, ze kunnen medisch materiaal lezen, hebben ervaring met de problematiek van bepaalde ziektebeelden. Gelukkig. Maar daarnaast is er nog zoiets als oprechte behoeften van de patiënt. Een patiënt heeft vragen, wil aandacht. En juist daarbij is niet elke arts of verpleegkundige even sterk.

Toen mijn oma galstenen had

Toen was ik een tiener (in de jaren tachtig). Mijn oma, toen al een jaar of tachtig, inmiddels al lang geleden overleden,  had héél veel pijn. Maar ze bleef netjes. De huisarts bezocht haar en ze sprak hem keurig met ‘u’ aan. De huisarts, een jaar of 50,  sprak haar met ‘je’ aan. Ik, tiener, zat erbij en was hoogst verbaasd. Maar ja, toen zal dat wel zo zijn geweest. Hij had geneeskunde gestudeerd en zij had basisschool gedaan.

Geneeskunde-studie

Ik ging ook studeren. Een toenmalige vriendin studeerde geneeskunde. Zij vertelde dat gespreksvoering een keuzevak in de studie was. Nog niet regulier dus. Ik geloof dat dat nu wel zo is. Hoe dan ook, de inhoud blijft het belangrijkst. Dat snap ik. En tegelijk komt het nog te vaak voor dat de ‘behoefte’ van de patiënt op het laatste plan komt. Mijn geliefde beklaagde zich bijvoorbeeld onlangs over een ervaring met een gesprek met een arts: ‘een jonge, vrouwelijke arts onderzocht nauwkeurig mijn neus. En ik vroeg me steeds af of ze ook wel had gezien dat er achter mijn neus ook een gezicht zat. Met een mens eraan.’ Ik denk dat dat een belangrijke professionele eigenschap is, die je als arts of ondersteuner kunt hebben. Gewoon, oprechte aandacht, behoefte om vragen te stellen en om te luisteren. En natuurlijk weet je meer, ook van andere patiënten. En dat blijft zo. Dat kun je gebruiken voor het vervolg van de behandeling of voor een bevredigend overleg met de patiënt.

Anders hoef ik als patiënt toch niet meer bij al die mensen op gesprek.

Laat wat van je horen

*